Primaire vs secundaire resistentie aan EGFR-specifieke therapie in darmtumoren: biologische en predictieve significantie van stroma-geassocieerd neuregulin-1.

Biomedisch

Onderzoek

Project partner:
Ugent
Van 01 januari 2013 tot 31 december 2016
€ 175.000Uitgereikt aan dit project
Abstract: 
Er is recent een snelle ontwikkeling geweest van nieuwe molecules in de behandeling van kanker. Voor de behandeling van gemetastaseerde darmkanker zijn de monoklonale antistoffen tegen de epidermale groeifactor receptor (EGFR), cetuximab en panitumumab, ingeburgerd in de dagelijkse klinische praktijk. EGFR is een eiwit dat veel voorkomt op de buitenkant van (de meeste) darmkankercellen. EGFR behoort tot de HER familie van tyrosine kinase receptoren die de groei en invasie regelen van darmkankercellen met een wild type K-RAS gen (een mutatie in K-RAS kan leiden tot EGFR onafhankelijke groei en invasie). Jammergenoeg zal tot 65% van de patiënten met K-RAS wild-type kankercellen niet beantwoorden aan anti-EGFR monoklonale antilichamen. De moleculaire mechanismen die aan de basis liggen van deze EGFR therapie resistentie zijn grotendeels ongekend. Een mogelijk aanknopingspunt kan de voorziening van alternatieve HER-liganden zijn, bv de HER3 activerende factor neureguline, door tumor-geassocieerde mesenchymale cellen. Door een unieke, geïntegreerde aanpak (cel cultuur en proefdier modellen, biochemische en histopathologische analyse en klinische evaluatie) willen we in detail de moleculaire knooppunten die leiden tot primaire en aangeworven EGFR therapie resistentie in kaart brengen. Dit kan leiden tot het vinden van biomerkers in het tumor-geassocieerd mesenchym die toelaten patiënten te identificeren met een hoger risico voor EGFR therapie resistentie in K-RAS wild type tumoren. De resultaten van dit multidisciplinair project kunnen vertaald worden naar een beter kost-efficientie model voor cetuximab en panitumumab en naar belangrijke voordelen voor gemetastaseerde darmkankerpatiënten.

Help mee

Doe een gift!