Zorg voor kinderen met kanker - Vaste contactpersoon biedt enorme troeven

In het UZ Brussel wordt Florine behandeld voor leukemie. De voorbije maanden zag ze er tientallen gezichten. Van dokters, verpleegkundigen en andere zorgverleners. Twee gezichten zijn haar bijzonder vertrouwd: die van Saskia en Lieve. ‘Telkens ik naar het ziekenhuis moet, zie ik Saskia of Lieve. Zij vertellen wat er precies gebeurt en wat de volgende stap is.’ Ook voor de ouders van Florine is het geruststellend dat ze altijd terechtkunnen bij Saskia of Lieve.

Saskia Van Baelen en Lieve Van der Auwermeulen zijn verpleegkundigen. Op de afdeling kinderoncologie hebben ze een specifieke taak: de zorg coördineren van alle kinderen die in het kinderziekenhuis van het UZ Brussel behandeld worden voor kanker en de brug maken tussen de zorg op de hospitalisatieafdeling, de dageenheid en thuis. Dat gaat van de diagnose tot de controles na de behandeling. Saskia en Lieve dragen de titel van ‘liaisonverpleegkundige’. Hun beide functies worden gedeeltelijk gefinancierd met geld van Kom op tegen Kanker. ‘We waarderen die financiële steun enorm’, benadrukt prof. dr. An Van Damme, specialist kinderhematologie en kinderoncologie. ‘Zowel de kinderen als hun ouders laten merken dat de twee liaisonverpleegkundigen een grote steun zijn in de moeilijke periode die ze doormaken.’

Slaap, pleisters en zalfjes
Een donderdagmorgen op de dageenheid van het kinderziekenhuis. In kamer 5 ontmoeten we Florine en haar ouders. Bij het 13-jarig meisje werd in februari 2012 leukemie vastgesteld. ‘Ze krijgt een behandeling met chemotherapie’, vertelt haar mama Miche. ‘Vandaag is mijn dochter hier voor een beenmergpunctie*.’ Saskia komt samen met een collega de kamer binnen om Florines port-a-cath aan te prikken. ‘Dat is een poortje naar een ader waarop we een infuus kunnen aansluiten’, legt Saskia uit. ‘Via dat infuus wordt onder andere de chemotherapie toegediend. Vandaag zullen we het gebruiken om een bloedafname te doen en de verdovingsmedicatie en pijnstilling toe te dienen.’
Terwijl Saskia haar collega helpt, vraagt ze aan Florine of ze ’s nachts al beter slaapt. ‘Ja hoor’, antwoordt Florine en haar ogen beginnen te glinsteren, ‘ik heb zelfs al een keertje een hele nacht doorgeslapen, dat was héél lang geleden.’ Bij de ouders van Florine polst Saskia welke pleister ze het liefst gebruiken om de opening van de port-a-cath af te dekken. Ze hebben het ook over een nieuwe zalf en wikken en wegen de voor- en nadelen ervan.

Vertrouwd en bereikbaar
Saskia verlaat Florines kamer en gaat kamer 2 binnen. Daar zit Daniyar tegen een kussen geleund, zijn mama en een mooie teddybeer dicht bij hem. Ook Daniyar heeft leukemie. Hij is vijf en kan door een mentale achterstand nog niet praten, maar zijn handen en ogen reageren op Saskia’s komst.
‘Ik zie aan Daniyar dat hij Saskia en Lieve herkent en blij is als ze tegen hem praten en met hem spelen’, vertrouwt Daniyars mama Gulmira ons toe. ‘Als Daniyar in het ziekenhuis is, komt een van beiden altijd langs. Zij weten alles over de behandeling, onderzoeken en planning. Ik weet dat ik Saskia of Lieve elke werkdag kan bereiken. Als Daniyar pijn of koorts heeft of als ik iets wil vragen over zijn medicijnen, kan ik hen altijd bellen.’

Eerste aanspreekpunt
Saskia duwt nog eens op het pootje van de teddybeer naast Daniyar. De beer begint te zingen, Daniyar laat zich opnieuw tegen het kussen zakken. ‘Meestal winnen we vrij snel het vertrouwen van de kinderen’, zegt Saskia terwijl we opnieuw naar kamer 5 wandelen. ‘We lopen dan wel in het wit rond, maar ze hebben gauw door dat we er vooral zijn om met hen en hun mama en papa te praten en dat we hen geen pijn doen. Lieve en ik zijn het eerste aanspreekpunt voor het kind en voor de ouders. Tegelijk zijn we de verbindingspersoon tussen de verschillende zorgverleners en de verschillende diensten.’
Marc, Florines papa, knikt bevestigend: ‘Florine is al meerdere keren voor langere tijd opgenomen. Begin oktober heeft ze door ernstige complicaties drie weken op de afdeling intensieve zorgen gelegen. Daar kenden we de dokters en verpleegkundigen nog niet, gelukkig was Saskia er om hen aan ons voor te stellen en konden we ook daar bij Saskia en Lieve terecht met al onze vragen.’

Welke pilletjes en hoeveel
Als Florine na de beenmergpunctie wakker wordt, is Saskia alweer in de buurt. ‘We zullen je vanaf nu veel minder vaak zien’, stelt ze Florine gerust. ‘Dat is maar goed ook’, antwoordt Florine gevat. Saskia neemt samen met Florine en haar ouders het behandelschema voor de komende weken door. Vanaf nu krijgt Florine voornamelijk chemotherapie in pilvorm, af en toe aangevuld met chemotherapie waarvoor ze een halve dag naar het ziekenhuis moet. Om de tien weken is een opname van enkele dagen nodig.
Saskia overloopt met Mich en Marc op welke dagen Florine welke medicijnen moet krijgen en in welke hoeveelheden. Florine luistert aandachtig en reageert opgelucht als ze de pilletjes ziet die ze voortaan op woensdag moet innemen. ‘Ik moet er negen in één keer nemen, maar gelukkig zijn ze heel klein.’
Met een duim in de lucht nemen we afscheid van de kranige Florine.  (FH)

* Bij een beenmergpunctie wordt via een punctie (prik) in het bekkenbeen een beetje beenmerg weggezogen. In het labo wordt daarna gecontroleerd of het beenmerg vrij is van kankercellen.

Help mee

Doe een gift!