Hoe kunt u kanker vermijden?

Minder risico op kanker: dit kunt u zelf doen

Kanker kan iedereen treffen. Zelfs de gezondste levensstijl garandeert niet dat u geen kanker krijgt. Kanker ontstaat door een combinatie van factoren, waarvan u de meeste niet onder controle hebt. Toch kunnen u en uw omgeving een aantal dingen doen om het risico op kanker te verminderen en kanker mogelijk in een vroeg stadium te ontdekken.

 

NIET ROKEN OF MEEROKEN

Roken is veruit de belangrijkste factor die u zelf in de hand hebt. Rokers leven gemiddeld bijna 8 jaar minder dan niet-rokers. Ook wie meerookt, ondervindt schadelijke effecten op zijn of haar gezondheid. Dat geldt zowel voor volwassenen als voor (ongeboren) kinderen.

Roken zorgt er ook voor dat wie rookt of meerookt minder lang in goede gezondheid leeft. Om de risico’s op kanker en andere ziekten door roken en meeroken te verminderen, is er maar één oplossing: tabaksrook vermijden!

Dat betekent:
• voor rokers: stop met roken. Lees hier hoe je stopt met roken.
• voor niet-rokers: begin niet met roken
• vermijd meeroken
• voor wie toch blijft roken: vermijd dat anderen meeroken en rook daarom nooit binnen. Meer hierover leest u hier.

 

BEWEEG VOLDOENDE

Gezond leven betekent bewegen! Zorg voor beweging die past in uw dagelijkse routine. Dat heeft meer effect, omdat u het dagelijks herhaalt en omdat u het makkelijker volhoudt: fietsen of wandelen naar de bakker in plaats van met de auto. De trap nemen in plaats van de lift, de hond uitlaten, tuinieren...

Beperk zoveel mogelijk de tijd die u zittend doorbrengt! Met elke dag minstens 30 minuten beweging, en zo'n 150 minuten per week energiek bewegen in één of andere vorm, gaat uw algemene gezondheid erop vooruit. U voelt zich bovendien fitter, uw conditie is beter en uw lichaam wint aan kracht. Bewegen helpt ook om een gezond gewicht te bereiken. Meer informatie over genoeg bewegen vindt u hier.

 

DRINKT U ALCOHOL? BEPERK DE HOEVEELHEID!

Als u uw risico op kanker wilt verlagen, drinkt u beter helemaal geen alcohol. Veronderstelde gunstige effecten van matige alcoholconsumptie op hart en bloedvaten worden meer en meer in twijfel getrokken. En er zijn steeds meer bewijzen over de nadelen ervan. Het risico op kanker blijft laag bij matige consumptie en verhoogt naarmate u regelmatig veel drinkt. Als u drinkt, drink dan met mate (vrouwen max. één glas per dag, mannen max. twee glazen per dag) en drink niet dagelijks.

Hou er ook rekening mee dat het ene glas het andere niet is. Een gewoon pilsje van 25 cl is niet hetzelfde als een trappist van 33 cl. Met een glas wijn wordt 10 ml bedoeld, terwijl de meesten zich een glas van 20 ml inschenken.

 

EET GEZOND

'Je bent wat je eet' is niet voor niets een bekend gezegde. Een gezond voedingspatroon vermindert vooral het risico op hart- en vaatziekten, diabetes, overgewicht en, in mindere mate, ook op kanker. Gezond eten is in de eerste plaats evenwichtig, gevarieerd en met mate eten.

Voor een gezond voedingspatroon kunt u de voedingsdriehoek voor ogen houden. De voedingsdriehoek toont de meest evenwichtige verhouding tussen de verschillende groepen voedingsmiddelen.
Meer informatie over een gezond voedingspatroon vindt u hier.

De belangrijkste regels zijn:

• eet voldoende volkorenproducten, peulvruchten, groenten en fruit
• beperk calorierijk voedsel (met een hoog suiker- of vetgehalte)
• vermijd suikerhoudende dranken
• vermijd voeding met veel zout
• vermijd bewerkt vlees en beperk het eten van rood vlees
• laat vlees bij barbecueën nooit verbranden, vermijd direct contact met de vlam

Volgens experts: maximaal 500 gram rood vlees of bereide vleeswaren per week, maar liever wit vlees. Bewerkt vlees is vlees dat u niet vers koopt, maar een bewerking heeft ondergaan: gerookt, vermengd met kruiden of sausjes. Bijvoorbeeld charcuterie, gehakt, frikadellen of worst. Rood vlees is rund, kalf, schaap, lam, varken, wild (zoals hert, everzwijn, ...). Wit vlees is gevogelte (bijvoorbeeld kip, eend, kalkoen, ...).

 

EEN GEZOND LICHAAMSGEWICHT

Een gezond lichaamsgewicht is belangrijk voor uw algemene gezondheid. Voldoende beweging en een gezond eetpatroon helpen om overgewicht en zwaarlijvigheid te voorkomen.
Wie een BMI tussen 18,5 en 25 heeft, heeft een gezond gewicht.
Wilt u weten of u een gezond gewicht hebt of hoe u dat kunt bereiken? Kijk dan hier. 



ZONNEN EN ZONNEBANK

Verstandig omgaan met de zon is beschermd en met mate van de zon genieten. Vermijd intensieve blootstelling aan de zon, gebruik steeds een zonnecrème met een hoge beschermingsfactor en smeer u om de twee uur in. Een groot deel van de beschadiging van de huid door de zon gebeurt tijdens de kindertijd. Bescherm de huid van jonge kinderen dus zo goed mogelijk tegen de zon.

Zonneproducten zijn geen garantie dat de zon geen schade kan aanrichten. Als u lange tijd in de zon blijft, kunt u toch nog verbranden. Er bestaat een duidelijk verband tussen verbranden door de zon en melanomen – een agressieve vorm van huidkanker.

Vermijd de zonnebank, want die verhoogt het risico op huidkanker, waaronder ook melanomen. Meer informatie over zonnen en zonnebank vindt u hier.
 



Voor vrouwen:
HORMOONVERVANGENDE THERAPIE

Voor vrouwen in de menopauze: beperk het gebruik van hormoonvervangende therapie. Die kan op een veilige manier de levenskwaliteit van vrouwen met menopauzeklachten verbeteren, maar verhoogt in bepaalde gevallen het risico op borstkanker en kanker van het baarmoederslijmvlies. Regelmatige controle bij een arts is aan te raden.

Gebruikt u al meer dan vijf jaar hormoonvervangende therapie, bespreek dan met uw arts de voor- en nadelen. Indien uw arts de therapie verder voorschrijft, dan wordt de dosis het best zo laag mogelijk gehouden en wordt het verdere nut van deze behandeling na een bepaalde tijd opnieuw verder geëvalueerd. Meer informatie over de mogelijke risico’s van hormoonvervangende therapie vindt u hier.
 

BORSTVOEDING

Voor jonge moeders: geef indien mogelijk uw baby borstvoeding. Het verlaagt het risico op kanker bij de moeder.

 

 

 

Omgevingsfactoren: hier kunt u op letten

Op milieu- en omgevingsfactoren hebben we meestal weinig invloed: de lucht die we
inademen, de gebouwen waarin we wonen en werken, de stoffen waarmee we – soms
ongemerkt – in aanraking komen. Toch kunt u een aantal adviezen opvolgen om schade
door omgevingsfactoren te verminderen.

 

HORMOONVERSTORENDE STOFFEN

Deze stoffen worden in verband gebracht met ernstige chronische ziekten, waaronder kanker. Door effecten van hormonen na te bootsen of te wijzigen, kunnen ze verwarrende signalen naar het lichaam sturen en de normale werking van het lichaam ernstig verstoren.

Hormoonverstorende stoffen (ook wel hormoonverstoorders, hormoonverstorende chemicaliën of EDC’s genoemd) worden gebruikt in de samenstelling van veelvoorkomende producten, waaronder cosmetica, plastic producten, schoonmaakproducten, vloerbedekking, conserven, cd’s, verpakkingsmaterialen en bestrijdingsmiddelen die in ons voedsel kunnen terechtkomen.

Tijdens belangrijke ontwikkelingsfasen in onze levenscyclus zijn we extra gevoelig voor hormoonverstorende stoffen: in de baarmoeder, als klein kind en als puber. Blootstelling aan hormoonverstoorders helemaal ontlopen is onmogelijk. Ze zitten namelijk overal in onze leefomgeving. Maar beperken kan wel. Tips over hoe u dat kunt doen vindt u hier. 

 

OP HET WERK

Bescherm u tegen kankerverwekkende stoffen op het werk door de gezondheids- en veiligheidsvoorschriften te volgen.

 

 

 

 

FIJN STOF

Het Internationaal Agentschap voor Kankeronderzoek (IARC) van de Wereldgezondheidsorganisatie classificeert luchtvervuiling – en dus ook fijn stof – als kankerverwekkend. Langdurige blootstelling aan fijn stof verhoogt onder meer de kans op longkanker. Aan luchtvervuiling en fijn stof kunt u individueel weinig doen. Toch kunt u de schadelijke invloed van fijn stof enigszins beperken: laat uw kachel, gasfornuis of open haard goed onderhouden en controleren, en ventileer uw huis grondig en regelmatig. En verklein uw eigen bijdrage aan fijn stof: doe korte ritjes met de fiets in plaats van met de auto en stook verstandig. Meer informatie vindt u hier.

 

ASBEST

Asbesthoudend materiaal levert vooral gevaar op als het in slechte staat verkeert of als het op de verkeerde manier verwijderd of bewerkt wordt. Er kunnen dan vezels vrijkomen die bij inademing in de longen achterblijven en vanuit het longweefsel in het longvlies terechtkomen. Hieruit kan onder andere longvlieskanker ontstaan. Treft u asbest aan in en rond uw huis en wilt u dat verwijderen, neem dan de nodige voorzorgsmaatregelen of doe een beroep op een gespecialiseerde firma.

Asbest is al sinds 1998 verboden en niet meer te koop. Maar in het verleden is het in Vlaanderen veel toegepast in de woningbouw. Iedereen kan het nog tegenkomen in en om zijn woning.

Het risico van asbest voor de gewone burger schuilt in het inademen van de vezels. In de buitenlucht bevinden zich doorgaans zo weinig vezels dat het gezondheidsrisico extreem laag is. Ook binnenshuis is het risico zeer klein, zo lang de asbestvezels stevig vastzitten in het materiaal waarin ze verwerkt zijn.

Als asbest niet of nauwelijks aan een dragermateriaal gebonden is, of als het materiaal in slechte staat verkeert, kunnen er makkelijk vezels vrijkomen. Daarnaast komen ze vrij als het asbesthoudend materiaal op een ondeskundige manier wordt gesloopt of bewerkt. Meer informatie over hoe u het best omgaat met asbest vindt u hier. 

Meer adviezen over omgevingsfactoren vindt u hier.

 

Vroegopsporing van kanker

Kanker vroegtijdig opsporen betekent dat er bij gezonde mensen – die geen klachten hebben en geen verhoogd risico op kanker – wordt gezocht naar voorlopers van kanker of het begin van kanker. Voor borstkanker, baarmoederhalskanker en dikkedarmkanker organiseert de Vlaamse overheid een bevolkingsonderzoek.

Er is ook de mogelijkheid om prostaatkanker of huidkanker op te sporen. Dit valt buiten de bevolkingsonderzoeken. Meer informatie hierover vindt u hieronder.

Belangrijk: vroegopsporing heeft voor- en nadelen die u tegen elkaar moet afwegen. Informeer u en beslis daarna of u meedoet aan een vroegopsporing.



BAARMOEDERHALSKANKER

Vroegopsporing van deze kanker gebeurt met een uitstrijkje. Daarmee hoopt men de voorstadia of het begin van baarmoederhalskanker op te sporen. Vrouwen van 25 tot en met 64 jaar kunnen zich om de drie jaar gratis laten testen via het Vlaams bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker. Meer informatie vindt u hier.


DIKKEDARMKANKER

Deze kanker wordt opgespoord door middel van een stoelgangtest. Als er tijdens de test bloed wordt gevonden, dan voert men een coloscopie (kijkonderzoek van de dikke darm) uit. Daarmee hoopt men poliepen of dikkedarmkanker in een vroeg stadium op te sporen. Mannen en vrouwen van 56 tot en met 74 jaar krijgen via het Vlaams bevolkingsonderzoek naar dikkedarmkanker om de twee jaar een uitnodiging met een afnameset om een staal van hun stoelgang te nemen. De stoelgangtest is gratis, de coloscopie niet. Meer informatie vindt u hier.


BORSTKANKER

Met behulp van een röntgenfoto van de borsten (mammografie) hopen artsen borstkanker vroegtijdig op te sporen en zo de kansen op een succesvolle behandeling te verhogen. Via het Vlaams bevolkingsonderzoek naar borstkanker krijgen vrouwen van 50 tot en met 69 jaar elke twee jaar een uitnodiging om een mammografie te laten nemen. Dit onderzoek is gratis. Meer informatie vindt u hier.


PROSTAATKANKER

Prostaatkanker wordt opgespoord met een PSA-test. PSA of Prostaat Specifiek Antigeen is een stof die met een eenvoudige test opgespoord kan worden in het bloed. Een te hoog PSA-gehalte in het bloed kán een aanwijzing zijn voor prostaatkanker. Een stijging van de PSA-waarde kan echter ook wijzen op andere, onschuldigere prostaatkwalen zoals een goedaardige prostaatvergroting of een ontsteking. Een systematische opsporing van prostaatkanker wordt niet aanbevolen. Dat heeft een reden: volgens de huidige stand van onderzoek wegen de voordelen van een systematische opsporing d.m.v. een PSA-test vandaag niet op tegen de nadelen. Voor vroegopsporing wordt de test daarom niet terugbetaald. Mannen die zich ongerust maken bespreken dit het best met hun huisarts en kunnen gebruik maken van de beslissingshulp die u hier kunt terugvinden.

 

HUIDKANKER

Door de vlekjes op uw huid regelmatig te controleren kunt u huidkanker vroegtijdig vaststellen. Meer informatie over hoe u risicovlekken kan onderscheiden van onschuldige vlekken vindt u hier. Indien u zich zorgen maakt kunt u hiervoor ook bij uw arts terecht.

 

Vaccinatie kan kanker helpen voorkomen

Vaccinatie tegen hepatitis B

Hepatitis B is een ernstige virale leverontsteking die veroorzaakt wordt door het hepatitis B-virus. De ziekte geneest meestal spontaan, maar kan ook chronisch worden. Dit kan leiden tot levercirrose, leverkanker en overlijden. Vaccinatie tegen hepatitis B is in Vlaanderen opgenomen in het basisvaccinatieschema. Het basisvaccinatieschema is een overzicht van de aanbevolen vaccinaties die kinderen moeten krijgen om optimaal beschermd te zijn tegen een tiental infectieziekten. Het schema bepaalt op welke leeftijd de vaccinatie het best gebeurt. Meer informatie over hepatitis B-vaccinatie vindt u hier.  

 

 

Vaccinatie tegen humaan papillomavirus (HPV) voor meisjes
Baarmoederhalskanker wordt bijna altijd veroorzaakt door het humaan papillomavirus (HPV). Sinds een aantal jaren bestaan er twee vaccins tegen enkele types van het humaan papillomavirus (HPV). Vaccinatie voordat er besmetting met het virus kan optreden, beschermt in grote mate tegen HPV en daardoor ook tegen baarmoederhalskanker.

De Vlaamse overheid biedt het vaccin tegen humaan papillomavirus (HPV) gratis aan aan alle meisjes in het eerste jaar secundair onderwijs.

Vaccinatie heeft vooral zin voor wie nog niet seksueel actief is (en dus nog niet besmet kan zijn) en dus op jonge leeftijd. Vaccinatie beschermt ook niet tegen alle types HPV die baarmoederhalskanker kunnen veroorzaken. Informatie over HPV-vaccinatie vindt u hier.

Steun de strijd tegen kanker en doe een gift.

Klik hier en doneer!

Help mee

Doe een gift!