Sinds april vorig jaar krijgen kankerpatiënten automatisch een tegemoetkoming voor reiskosten naar het ziekenhuis bij ambulante therapie (zonder opname). Maar die regeling zorgt voor onduidelijkheid, frustratie en vertraging. Volgens Kom op tegen Kanker kan en moet het beter.
Achtergrond
Wie kanker heeft, moet zich meestal heel vaak verplaatsen: 30 keer radiotherapie op een maand, wekelijks chemotherapie, tussendoor onderzoeken, bloedtesten, consultaties. Patiënten zijn dus veel onderweg van en naar het ziekenhuis. En dat kost geld.
Gelukkig is er vanuit de verplichte ziekteverzekering een tegemoetkoming (0,37 euro/km) voor de vervoerskosten van mensen met kanker.
Sinds 1 april 2025 stort het ziekenfonds deze tegemoetkoming automatisch op de rekening van de patiënt. Dat is een verbetering tegenover vroeger, want toen moesten mensen zélf een papieren attest indienen bij hun ziekenfonds. Veel mensen, vooral kwetsbaren, deden dat niet.
Er zijn heel veel vragen en onduidelijkheden rond het nieuwe systeem. Dat blijkt uit meldingen van mensen met kanker bij de Kankerlijn het voorbije half jaar: 46 meldingen over onduidelijkheden en 21 meldingen over problemen met terugbetaling.
Op basis daarvan licht Kom op tegen Kanker drie knelpunten toe:
Het RIZIV stelde een lijst van nomenclatuurcodes op die recht geven op een tegemoetkoming in de reiskosten. Hieronder vallen:
De lijst nomenclatuurcodes was onvolledig, en is sindsdien op vraag van (onder andere) Kom op tegen Kanker al uitgebreid (onder andere met specifieke radiotherapie en opvolgconsultaties met de hematoloog).
Over dit knelpunt kreeg de Kankerlijn heel wat meldingen binnen:
Het is moeilijk te verantwoorden dat patiënten binnen hetzelfde oncologische zorgtraject verschillend worden behandeld afhankelijk van het type therapie of de manier van toediening. In de vroegere regelgeving was er een terugbetaling voor álle oncologische behandelingen.
Daarnaast is er heel veel onduidelijkheid over welke oncologische behandeling recht geeft op terugbetaling. Patiënten weten dat niet vooraf. En ook ziekenfondsen en ziekenhuizen weten het niet altijd precies.
Een andere reeks getuigenissen gaat over de consultaties tijdens en na de behandeling met de arts-specialisten.
In de nomenclatuurlijst zijn nomenclatuurcodes opgenomen voor opvolggesprekken met specifieke disciplines. Opvolggesprekken met andere arts-specialisten die geen bekwaamheidstitel oncologie kunnen hebben (gynaecoloog, uroloog, endocrinoloog) in het kader van de kankerbehandeling worden niet meer vergoed. Dat was vroeger wél het geval.
Daarnaast zijn er meldingen over veel andere verplaatsingen die niet meer terugbetaald worden: onderzoeken, bloedtesten (dag voorafgaand aan de behandeling), biopsieën, wondgenezing, injecties, consultaties in de privépraktijk.
Die onderzoeken, ingrepen en consulten zijn niet vrijblijvend, maar maken deel uit van het oncologisch behandel- en opvolgtraject. De vervoerstegemoetkoming is bedoeld om de toegang tot oncologische zorg te garanderen. Waarom worden noodzakelijke onderzoeken binnen datzelfde zorgtraject dan uitgesloten?
Om een idee te geven van het aantal terugbetaalde verplaatsingen ten opzichte van het totaal aantal verplaatsingen gaf een patiënt ons haar overzicht:
De automatisering zorgt ook voor een aantal neveneffecten. Die waren voor een stuk voorspeld, maar nog niet opgelost.
Zo moeten patiënten zeer lang wachten op de uitbetaling van de tegemoetkoming. Het ziekenfonds wacht namelijk op de ziekenhuisfactuur. En die wordt vaak pas twee tot drie maanden na de prestatie opgemaakt. Voor patiënten met soms 30 verplaatsingen op een maand en minder financiële middelen is dit zeer nadelig.
Met het papieren attest van vroeger ging dat sneller omdat de patiënt dit meteen aan zijn ziekenfonds bezorgde.
Patiënten die geen eigen vervoer hebben, kunnen via hun ziekenfonds niet-dringend zittend en liggend ziekenvervoer aanvragen. Ook dit professionele ziekenvervoer via MUTAS is duurder geworden. Dat is een indirect gevolg van de aanpassingen van het RIZIV: de ritten vallen nu vaak niet meer onder de nomenclatuurnummers voor oncologisch vervoer.
Patiënten betalen dus een hoger persoonlijk aandeel. Vaak gaat het zelfs om een verdubbeling van de kostprijs per rit: twintig euro per rit in plaats van tien euro.
Kom op tegen Kanker wil dat de federale gezondheidszorg meer tussenkomt in vervoerskosten om het vervoer betaalbaar te houden voor de mensen.
Concreet vragen wij:
een tegemoetkoming in de vervoerskosten van oncologische patiënten:
° tijdens de duur van hun ambulante oncologische behandelingen, zonder onderscheid tussen oncologische behandelingen;
° voor de opvolgconsultaties bij de arts-specialist (bijv. cardioloog, oogarts, gynaecoloog) in het kader van de oncologische behandeling tot een jaar na de actieve behandeling. Na een jaar neemt het aantal verplaatsingen naar het ziekenhuis aanzienlijk af.
Betaalbaar vervoer is immers een essentieel element om de toegankelijkheid van onze zorg te garanderen. Niet iedereen heeft de financiële mogelijkheden om verre of veelvuldige verplaatsingen naar het ziekenhuis te maken en daarom blijft een tussenkomst vanuit de overheid noodzakelijk.
Zeker ook in het kader van toekomstige referentieziekenhuizen voor zeldzame en complexe kankers zullen er verdere verplaatsingen zijn voor bepaalde behandelingen.
Ook voor andere ziektes dan kanker
Onze vraag over de tegemoetkoming voor vervoer geldt niet alleen voor kankerpatiënten: ook voor andere aandoeningen moeten mensen zich vaak naar het ziekenhuis verplaatsen. Het Observatorium voor de chronische ziekten schreef hierover ook een advies ‘Analyse van de noden van de patiënten inzake vervoer’ (2021) dat wij mee ondersteunen.
Een vraag voor onze organisatie of een vraag over kanker? We zijn er voor je.