Kathy Lindekens

'Ik ben trots op waar we nu staan'

Delen

Voor wie jong was in de jaren 80, klinkt de stem van Kathy Lindekens vertrouwd. In Kattekwaad op Radio 1 maakte ze  moeilijke onderwerpen bespreekbaar voor en met kinderen. Tot één van de grootste taboes uit die tijd haar zelf bikkelhard om de oren sloeg. In 1987 verloor Kathy haar beide ouders aan kanker. Twee jaar later kreeg ze heel Vlaanderen op de been voor een benefiet: Kom op tegen Kanker was geboren.

'Het verhaal van Kom op tegen Kanker is onlosmakelijk verbonden met dat van mijn ouders: twee fantastische mensen, aan wie ik een geweldige jeugd heb te danken’, vertelt Kathy. ‘Mama en papa waren zeer vooruitstrevend. Er waren altijd boeken in huis en er kwamen voortdurend mensen over de vloer. Kunstenaars vooral, met wie ze uren filosofeerden. Mijn zus Gerda was tien jaar ouder en al vroeg het huis uit. Ik werd omringd met alle liefde van de wereld. Veel fysieke warmte ook: wij pakten elkaar regelmatig goed vast.’ 

Een slepende ziekte
Vooral met haar moeder had Kathy een intense band. ‘Zij had als privésecretaresse gewerkt voor Paul-Henri Spaak, de oprichter van de Europese Unie, en was een vrouw van de wereld. Mama vond dat je alles moest kunnen benoemen. Ook toen ze borstkanker kreeg, nam ze het woord ‘kanker’ gewoon in de mond. Dat was niet evident voor die tijd. Op kanker rustte toen nog een groot taboe. Men sprak liever van een “slepende ziekte”. Zelfs mijn vader, die zó welbespraakt was, kwam niet verder dan omfloerste omschrijvingen. Helaas kon ook hij de ziekte niet bezweren. Papa kreeg longkanker, van het vele roken waarvoor ik hem zo vaak had gewaarschuwd.’

Op 6 juli 1987 werden Kathy’s beide ouders naar het ziekenhuis gebracht. Vanaf dan ging het alleen nog bergaf. ‘Mama wilde papa zo lang mogelijk thuis houden, tussen zijn boeken. Tot het ook voor haar niet meer ging. Ze lagen op aparte kamers in dezelfde gang. Op 10 augustus van dat jaar is mijn papa gestorven. Mama heeft de begrafenis nog kunnen bijwonen. Een week nadien bleek de kanker uitgezaaid naar haar hersenen. Uiteindelijk is ook zij in december overleden, op de verjaardag van hun huwelijk.’

Een punt achteraan
Kathy voelde zich machteloos. ‘Toen collega Ro Burms me vroeg om op de radio een hartenwens uit te spreken, kon ik maar aan één ding denken. Het was de tijd van grote benefietacties, zoals Live Aid van Bob Geldof. Ik wou iets gelijkaardigs organiseren voor de strijd tegen kanker: een concert op de Heizel met bekende artiesten. Een twintigtal mensen engageerde zich meteen. Een van hen was Liliane Beckwée van het instituut Funck in Brussel, die met haar leerlingen van de secretariaatsopleiding de administratie wilde verzorgen: een belangrijke voorwaarde om te kunnen starten.’

Onze slogan was even eenvoudig als doeltreffend: niemand kon nog om het woord kanker heen.

Kathy Lindekens

oprichtster Kom op tegen Kanker

In juli 1988 gingen Kathy en haar team aan de slag. Eind november hadden ze een klein leger artiesten rond zich verzameld die gratis wilden optreden. ‘Het idee voor de benefietshow groeide uit tot een veertiendaagse. We zouden T-shirts en badges met onze slogan verkopen. Alleen… die hadden we niet. Twee jonge reclamemakers, Bruno Vanspauwen en Gerard Govaerts, kwamen toen met een voorstel dat even eenvoudig als doeltreffend was: “Ik kom op tegen kanker.” Met zwarte letters op een witte achtergrond én een punt achteraan. Het werd de basis voor een grootscheepse campagne. Niemand kon nog om het woord “kanker” heen.’

Robbertjes uitvechten
Het geld voor de campagne raapte Kathy bij elkaar met een rondje blufpoker op de hoofdzetel van Kredietbank, de huidige KBC. ‘Ik was het helemaal niet gewoon om zulke gesprekken te voeren, maar blijkbaar werkte onze passie aanstekelijk. Ook bij de toenmalige BRTN-directie moesten we flink wat robbertjes uitvechten om een liveshow te mogen maken. Nog voor we een go kregen, hadden we stiekem al een format uitgetekend. Onze uitvalsbasis was de Koningin Elisabethzaal in de Zoo van Antwerpen. Die mochten we gratis gebruiken: niet alleen de zaal, maar ook de voorbouw voor onze  telefooncentrale n de wintertuin als foyer voor de artiesten.’

De eerste slotshow – op 14 mei 1989 – was een schot in de roos. ‘Op de geboorte van mijn zoon na was dat het meest fantastische moment uit mijn leven. Alle artiesten die ertoe deden, droegen hun steentje bij. Vlaanderen was wakker geworden. Aan het einde van de avond klokten we af op 60 miljoen Belgische frank of 1,5 miljoen euro. Ze hebben me toen nog laten zingen, maar ik was helemaal op. De maanden voordien waren slopend geweest. Ik reed van hot naar her om de vele acties te ondersteunen. En onderweg werd ik voortdurend aangeklampt door mensen die hun verhaal wilden delen. Terwijl ik zelf nog een rugzak vol rouw op mijn schouders droeg.’

Samen vieren
Tijd om te bekomen was er niet. Ook na de slotshow bleven mensen acties organiseren. Aan het eind van het jaar stond de teller op 100 miljoen Belgische frank, of 2,5 miljoen euro. ‘Met pijnpompjes, nachtverpleging en koesterteams konden we toen echt het verschil maken voor de kinderkankercentra’, zegt Kathy. ‘Dat de benefiet een vervolg zou krijgen, stond toen al vast. Met de opbrengst van de tweede actie trokken we twee jaar later de palliatieve zorg in Vlaanderen mee op gang. De trein van Kom op tegen Kanker was vertrokken.’

Dertig jaar later is Kathy nog altijd trots op wat ze mee in gang heeft gezet. ‘Ik ben me altijd blijven inzetten voor de blinde vlekken in de samenleving. Momenteel doe ik dat als jongerenadviseur voor de VRT, maar ik sta op de drempel van mijn pensioen. Ik zou graag de band met Kom op tegen Kanker opnieuw aanhalen om daar de jongerenwerking te versterken. Maar eerst gaan we samen vieren. En ja, dat woord mogen we gebruiken. Er zijn zoveel mensen die genezen van kanker, doordat de therapieën beter worden en de wetenschap erop vooruitgaat. Met dank aan de vele vrijwilligers, actievoerders en donateurs van Kom op tegen Kanker, maar ook aan de twee fantastische mensen die mijn ouders waren.’

Kleine Cloë
Van alle verhalen die Kathy Lindekens sinds de start van Kom op tegen Kanker met zich meedraagt, is er één in het bijzonder blijven hangen. ‘Eén van de sterren uit de eerste slotshow was Cloë Burghelman, een meisje van vier dat ongelooflijk mooi vertelde over hoe ze tegen kanker vocht. Enkele weken later is ze helaas gestorven. Een van de beelden die ze vaak gebruikte, was dat van een regenboog. Als ik vandaag een regenboog zie, denk ik altijd terug aan kleine Cloë. Net als mijn beide ouders loopt ze nog altijd met me mee.'