Na een borstamputatie opteren sommige mensen voor een borstreconstructie. Dat kan met een uitwendige of inwendige borstprothese, of met eigen weefsel. De verplichte ziekteverzekering betaalt borstreconstructies zeer goed terug. Toch ontving Kom op tegen Kanker in 2024 via haar Kankerlijn verschillende vragen van patiënten over bijkomende kosten die hen aangerekend werden of ingrepen die niet terugbetaald werden.
Jaarlijks krijgen meer dan 10.000 vrouwen borstkanker. In België voert men ieder jaar ongeveer 3.000 borstreconstructies uit, waarvan de helft met eigen weefsel. Op dit moment voorziet de verplichte ziekteverzekering zowel een terugbetaling voor borstreconstructie met eigen weefsel als met een prothese. Bij een borstreconstructie met eigen weefsel neemt men ter hoogte van de onderbuik, bil of rug een stuk huid en vetlaag weg en transplanteert die naar de borststreek om daar een nieuwe borst te vormen. Er is
Bij een borstreconstructie met prothese wordt er een implantaat geplaatst. Daarnaast kiezen sommige vrouwen ervoor om een uitwendige siliconenprothese te dragen na een borstamputatie. Over uitwendige protheses gaat het verder in deze tekst niet.
De terugbetaling van een borstreconstructie kan gebeuren via de toepassing van de overeenkomst voor de borstreconstructie of via nomenclatuurnummers. In ziekenhuizen die toegetreden zijn tot de overeenkomst met het RIZIV kunnen patiënten een betere terugbetaling krijgen van een borstreconstructie met eigen weefsel na een amputatie ten gevolge van of ter preventie van kanker. De overeenkomst omvat een betere terugbetaling van deze ingrepen, een grotere transparantie van de aanrekenbare kosten en de invoering van een aantal kwaliteitsvereisten. Esthetische supplementen zijn verboden en de persoonlijke tussenkomst van de patiënt is verminderd.
Ziekenhuizen zijn echter niet verplicht om tot deze overeenkomst toe te treden. Ze kunnen ook via de nomenclatuurnummers werken. Voor een borstreconstructie met een inwendige prothese kunnen chirurgen enkel via de nomenclatuurnummers werken.
De terugbetaling bij een borstreconstructie is met andere woorden een complexe materie en niet altijd duidelijk. Mensen na kanker signaleren ons dat ze niet exact weten welke terugbetaling er is en waarom er toch nog extra kosten worden aangerekend.
Allereerst zijn er de kosten om beide borsten symmetrisch te maken. Na een borstreconstructie kan de symmetrie weg zijn. De zorgverlener stelt dan meestal voor om via een beperkte hoeveelheid eigen vetweefsel (lipofilling) de gereconstrueerde borst symmetrisch te maken aan de gezonde borst of omgekeerd. Daarmee kan men bijvoorbeeld een deuk in een gereconstrueerde borst corrigeren of extra volume creëren zodat beide borsten symmetrisch zijn.
In de overeenkomst voor de borstreconstructie staat dat elke lipofilling en liposuctie, gedurende het eerste jaar, startend op de dag van de reconstructie, inbegrepen is in de honoraria van de overeenkomst. Bij de borstreconstructie met prothese zijn enkel de lipofillings die tijdens deze ingreep worden uitgevoerd inbegrepen in de honoraria. De lipofillings die achteraf in afzonderlijke sessies worden uitgevoerd, zijn niet terugbetaald.
Ondanks het feit dat heel wat lipofillings gedekt zijn door de verplichte ziekteverzekering, blijkt uit patiëntengetuigenissen dat plastisch chirurgen toch nog vaak aparte kosten aanrekenen, zonder dat patiënten weten waarvoor ze precies betalen.
Zo laat iemand weten dat ‘tijdens de ingreep van de reconstructie van haar borst met eigen weefsel, ze ook de andere borst wil laten behandelen om symmetrie te bekomen. Maar zij zou hiervoor 4700 euro moeten betalen die niet terugbetaald is door het ziekenfonds’. Een tweede persoon zegt ons dat ‘de definitieve reconstructie van de borst terugbetaald is door het ziekenfonds, maar de linker- en rechterborst zullen dan toch van elkaar verschillen. De ingreep om de linkerborst gelijk te maken, wordt niet terugbetaald. We spreken over 2000 euro.’ In een laatste voorbeeld zegt de patiënt dat ‘de arts 1000 euro aanrekent voor het symmetrisch maken van de ene borst aan de gereconstrueerde borst’.
Een tweede knelpunt gaat over de aangerekende ereloonsupplementen en extra kosten. De overeenkomst voor borstreconstructie beschermt patiënten tegen hele hoge ereloonsupplementen: er zijn maximumbedragen voor de ereloonsupplementen en tenminste bij gemiddeld 40 % van de ingrepen worden geen supplementen aangerekend. Sinds 1 januari 2025 mag een arts sowieso geen ereloonsupplementen meer vragen voor terugbetaalbare ambulante verstrekkingen bij mensen die automatisch de verhoogde tegemoetkoming krijgen.
Ondanks deze maatregelen melden patiënten ons toch nog dat zij geen andere keuze hadden dan de ereloonsupplementen te betalen. Vaak gaat het dan om patiënten die een borstreconstructie met prothese hadden. Zo kregen we een melding van een patiënte die ‘een opleg van 750 euro moet doen. Er moeten nog ingrepen volgen (tepelreconstructie), maar zij wil dat niet omdat de ereloonsupplementen te hoog zijn. Ze kan hier geen geconventioneerde arts voor vinden. Ze heeft intussen al voor meer dan 2000 euro aan facturen gekregen en ze heeft een beperkt inkomen. Haar grootste frustratie is dat ze te weinig informatie krijgt, zowel omtrent de ingreep zelf als de financiële gevolgen’.
Een andere kost die op de factuur kan staan, is het gebruik van medisch materiaal dat niet door de verplichte ziekteverzekering is terugbetaald. Een patiënte moest 1700 euro uit eigen zak betalen voor een soort ‘kunststofnetje’ dat gebruikt werd bij de reconstructie om inkapseling van de borstprothese te vermijden. In ons artikel van 2022 kaartten we dit ook al aan. We vroegen toen om de veiligheid en de meerwaarde te onderzoeken, maar dat is verder niet opgepikt door het beleid.
Tenslotte is er ook de niet-terugbetaling van een borstreconstructie uitsluitend met lipofilling. Sommige vrouwen hebben een laag BMI of roken waardoor een borstreconstructie met eigen weefsel niet mogelijk is. Andere willen dan weer liever geen ingrijpende borstreconstructie met eigen weefsel of willen geen lichaamsvreemd materiaal zoals een prothese in hun lichaam. Artsen stellen aan deze patiënten dan voor om te kiezen voor een volledige borstreconstructie met lipofilling. Hierbij wordt er verschillende keren eigen vetweefsel in de borst ingebracht om zo een beperkte cupmaat te bekomen. Deze techniek valt op dit moment volledig onder de esthetische reconstructie en is niet terugbetaald. Nochtans is er onderzoek dat aantoont dat reconstructie met lipofilling een derde, minder invasieve reconstructieoptie voor patiënten kan zijn waarbij de patiënt niet moet inboeten op levenskwaliteit. Het onderzoek geeft wel aan dat er ook nadelen verbonden zijn aan deze techniek, zoals verkalkingen of cysten waardoor patiënten bij een mammografie onterecht ongerust kunnen zijn. Een herhaling van de lipofilling na verschillende jaren is nodig, en ook dat moeten vrouwen zelf betalen. Met deze nadelen moet rekening gehouden worden bij het overwegen van een eventuele terugbetaling.
Allereerst benadrukken we dat borstkankerpatiënten voor een borstreconstructie kiezen omdat ze hopen dat dit bijdraagt tot hun psychologisch herstel en dat ze hiermee hun ziekteproces definitief kunnen afsluiten. We mogen de psychologische voordelen van deze ingreep niet onderschatten. Onduidelijkheden over terugbetaling of onvoorziene bijkomende kosten zorgen enkel maar voor een moeilijkere verwerking en bijkomende spanning.
Daarom pleit Kom op tegen Kanker voor:
De overeenkomst voor borstreconstructie voorziet dat patiënten via een brochure tijdig geïnformeerd worden over de financiële gevolgen. Uit onze steekproef van tien ziekenhuisbrochures over borstreconstructie zien wij dat slechts één brochure schrijft dat al de plastisch chirurgen in het ziekenhuis geconventioneerd zijn en slechts één brochure het bedrag van de aangerekende supplementen in een eenpersoonskamer vermeldt. De andere brochures vermelden geen bedragen en verwijzen de patiënten door naar een dienst of telefoonnummer om financiële informatie op te vragen.
Voor ziekenhuizen
Kom op tegen Kanker vraagt dat patiënten vóór de toezegging van de operatie van de zorgverlener een duidelijke prijsraming krijgen. We vragen ook dat ziekenhuizen in hun brochures transparanter zijn over de kostprijs van een borstreconstructie in hun ziekenhuis.
Voor patiënten
We raden patiënten het volgende aan:
Indien blijkt dat bepaalde ingrepen, zoals een borstreconstructie met lipofilling, of bepaalde materialen, zoals een kunststofnetje, een duidelijke meerwaarde zijn voor patiënten (evidence based) ten opzichte van andere terugbetaalde ingrepen of materialen, dan zou het RIZIV een terugbetaling moeten onderzoeken. Dit onder de voorwaarden dat de terugbetaling gebeurt op basis van een redelijke prijs en de levenskwaliteit van de patiënt op lange termijn minstens gelijk is of verbetert.
Wanneer er geen terugbetaling is, is het aan de arts om de patiënt op een neutrale manier tijdig te informeren wat de opties en eventuele kosten zijn. Zo kan de patiënt ook een geïnformeerde beslissing nemen.
Op dit moment informeert en begeleidt de borstverpleegkundige van het ziekenhuis de patiënt in het zorgtraject. De borstreconstructie start in veel gevallen pas maanden na de behandeling, soms zelfs een jaar, op een niet-oncologische afdeling - waar dus ook geen borstverpleegkundige aanwezig is.
Patiënten getuigen dat zij noodgedwongen zelf op zoek gaan naar informatie over de verschillende opties van borstreconstructie en met verschillende artsen contact opnemen, binnen het ziekenhuis maar ook in privépraktijken.
Er is duidelijk nood aan begeleiding zodat patiënten alle mogelijke opties van borstreconstructie, op een onafhankelijke wijze, kunnen overwegen of bewust niet kiezen voor een borstreconstructie. In Nederland bestaat er een keuzehulp die patiënten hierbij helpt. In Vlaanderen organiseren lotgenotengroepen informatiesessies om patiënten op een neutrale wijze te informeren en in gesprek te gaan met ervaringsdeskundigen. Jammer genoeg vinden niet alle patiënten hun weg naar deze lotgenotengroepen. Ook sommige ziekenhuizen organiseren dergelijke informatiesessies.
De overeenkomst van het RIZIV bepaalt dat een erkende borstkliniek zelf een interne en externe kwaliteitscontrole moet doen met een verplichte evaluatie van de patiënttevredenheid. In de evaluatie van de overeenkomst van 2023 staat er niets over de meting van de patiënttevredenheid. Wij vragen dat ziekenhuizen en/of het Vlaams instituut voor Kwaliteit van de Zorg (VIKZ) transparant communiceren over de patiënttevredenheid van de borstreconstructie, aan de hand van kwaliteitsindicatoren.
Een vraag voor onze organisatie of een vraag over kanker? We zijn er voor je.