In de afgelopen decennia hebben we samen miljoenen euro’s opgehaald. Zonder dat geld was veel kankeronderzoek er nooit geweest. Heeft het geholpen? En of! Jaar na jaar, beetje bij beetje, duwen we de ziekte verder in het defensief. Met revolutionaire nieuwe therapieën en met steeds meer aandacht voor levenskwaliteit. Kankeronderzoekers Evelien Smits en Sigrid Stroobants van UAntwerpen geven een stand van zaken en blikken vooruit.
Niemand is een statistiek, maar kijk naar de cijfers over de vijfjaarsoverleving en je denkt onwillekeurig aan het liedje van Raymond van het Groenewoud: ‘Het ging verbazend goed vooruit’.
Prof. dr. Evelien Smits (expert in immuuntherapie): ‘De vijfjaarsoverleving is de gemiddelde kans om vijf jaar na de diagnose nog in leven te zijn. In 1950 was dat gemiddeld maar 20 tot 25 procent van de patiënten. In 1980 zo’n 40 procent, in 2022 al rond de 70 procent (cijfers uit Nederland, red.). Voor veel patiënten is kanker geen doodvonnis meer. De vooruitzichten op een langer leven en zelfs genezing zijn beter dan ooit.’
Prof. dr. Sigrid Stroobants (expert in beeldvorming en radiotherapie): ‘Bij melanoom, borstkanker en prostaatkanker is vijf jaar na de diagnose meer dan 90 procent nog in leven. Bij andere kankers, zoals pancreaskanker, is er nog veel werk aan de winkel. Maar ook voor die patiënten zit er veel in de pijplijn. Hoe dan ook blijft de beste kans op genezing: er vroeg bij zijn. Laat je screenen en ga bij klachten op tijd naar de dokter.’
Evelien: ‘Dankzij kijkoperaties en nieuwe technieken bij open operaties wordt er steeds minder gezond weefsel beschadigd. Robotchirurgie is op dat vlak een grote stap vooruit. De chirurg bedient via een joystick piepkleine en precieze instrumentjes – zeer handig voor urologisch en gynaecologisch millimeterwerk.’
Sigrid: ‘Vroeger sneed de chirurg meer weefsel weg, om zeker alle tumorcellen mee te hebben. Tegenwoordig worden de snijranden tijdens de operatie naar het lab gestuurd en op kwaadaardige cellen gecheckt. In de toekomst zal die controle steeds vaker in de operatiezaal zelf gebeuren. Sneller dus. De UGent werkt momenteel aan zo’n techniek. Men spuit voor de operatie een radioactieve stof in. Die dringt alleen binnen in de kankercellen en wordt zichtbaar onder een speciale camera, die in de operatiekamer staat. Zijn de snijvlakken nog niet helemaal kankervrij, dan neemt de chirurg wat extra weg.’
Sigrid: ‘O ja! Om te beginnen zijn de bestralingen veel nauwkeuriger en doelgerichter dan vroeger. We kunnen op voorhand de tumor veel duidelijker aflijnen, kiezen uit verschillende soorten straling en variëren met de dosis: veel straling in een agressief deel van de tumor, minder straling elders. Gezond weefsel wordt maximaal gespaard. Hetzelfde bekomen we door borstkankerpatiënten in buiklig te bestralen, waarbij de borsten naar beneden hangen door twee gaten in de matras. Het hart wordt zo niet belast.’
Evelien: ‘Een nieuwe trend is om de bestralingsduur korter en de bestralingsdosis hoger te maken. In plaats van pakweg twintig sessies in vier weken tijd, worden dat er tien of zelfs maar vijf in één of twee weken. Dat is even effectief, maar minder toxisch.’
Sigrid: ‘Het is ook comfortabeler, want je moet minder vaak naar het ziekenhuis komen.’
Sigrid: ‘We koppelen onze radio-isotopen dan aan antilichamen die via het bloed aan de patiënt worden toegediend en overal in het lichaam kunnen binden aan welbepaalde kankercellen. Zo kun je uitgezaaide kankercellen in het hele lichaam van binnenuit bestralen en vernietigen. De techniek wordt nu al ingezet voor prostaatkanker en neuro-endocriene tumoren in de longen of het maagdarmstelsel.’
Evelien: ‘Dat klopt: ook chemotherapie kun je aan zo’n antilichaam koppelen en zo in tumorcellen binnenloodsen. Zo blijft de rest van het lichaam gespaard. Die techniek wordt al gebruikt bij bepaalde types van borsttumoren.’
Sigrid: ‘Chemotherapie wil je zo gericht mogelijk inzetten – alleen waar de tumorcellen zitten. Daarom wordt chemo soms rechtstreeks in de lever ingespoten, zodat alleen die tumor behandeld wordt. En als het been van een patiënt met uitgezaaide melanoom vol tumorbolletjes staat, kun je het afspannen en via een katheter een hoge chemodosis inspuiten. De rest van het lichaam blijft gevrijwaard.’
‘Een combinatie van therapieën, helemaal afgestemd op de patiënt en het tumortype, dat is de toekomst van kankergeneeskunde’
Evelien: ‘Nu is dat soms nog moeilijk. Als een bepaald type van chemo niet meer werkt, moeten we een beetje ‘blind’ andere soorten uitproberen en afwachten of die wel werken. Dat is natuurlijk zwaar voor de patiënt. Daarom ontwikkelen we nu een systeem om de werkzaamheid van verschillende chemotypes in het lab uit te testen. Eerst halen we tumorcellen uit de patiënt, want elke tumor heeft specifieke kenmerken. Die kweken we in het lab op tot we een hele reeks tumor-‘avatars’ hebben, verspreid op een plaatje. Via een medicatieprinter kunnen we dan chemo in die tumor-avatars printen, in verschillende sterktes en combinaties met andere medicatie. De mix die in het lab het beste de tumorcellen kapotmaakt, kunnen we dan toedienen aan de patiënt.’
Sigrid: ‘Het is de toekomst van kankergeneeskunde: een combinatie van therapieën, helemaal afgestemd op de patiënt en het tumortype.’
Evelien: ‘Die twee kunnen elkaar versterken. Chemo vernietigt kankercellen rechtstreeks, immuuntherapie pept ons afweersysteem op om kankercellen te vernietigen. Zo vallen we kanker vanuit twee hoeken aan. De kans dat tumorcellen ontsnappen, wordt zo kleiner.’
Sigrid: ‘Immuuntherapie brengt hoop voor kankers die vroeger nauwelijks behandelbaar waren. Bijna de helft van longkankerpatiënten zit bij de diagnose al in stadium 4, met uitzaaiingen buiten de longen. Vroeger was hun prognose anderhalf jaar. Immuuntherapie kan hun levensverwachting met vijf of zelfs meer jaren verlengen.’
Evelien: ‘De cellen van ons immuunsysteem vallen kankercellen aan, maar die hebben een zwakke plek gevonden: ze duwen de ingebouwde rem van de immuuncellen in en leggen ze zo plat. De farma-industrie produceert nu ‘checkpointremmers’, antilichamen die voorkomen dat die rem ingeduwd wordt. Dat is het eerste systeem van immuuntherapie.’
Evelien: ‘Dat is CAR-T-celtherapie. Dat is therapie op maat van het individu. Eerst halen we T-cellen – zeg maar de soldaten van het immuunsysteem – uit het lichaam van de patiënt. Die worden in het lab genetisch gemanipuleerd, zodat ze de kankercellen extra goed gaan herkennen, en teruggeplaatst. Het nadeel van die aanpak is dat je de T-cellen bij de patiënt zelf moet oogsten. Daarom doen we nu, met fondsen van Kom op tegen Kanker, onderzoek naar een ander type van soldaatcellen: NK-cellen of natuurlijke killercellen. Die kunnen we uit donoren halen, zodat de patiënt zelf niet moet wachten. Volgens de eerste testen zouden ze ook minder bijwerkingen geven.’
Sigrid: ‘CAR-T-celtherapie werkt voorlopig alleen bij bepaalde bloedkankers, zoals leukemie. In vaste tumoren raken ze niet goed binnen.’
Evelien: ‘Tumoren kunnen van nature een schild van bindweefsel vormen, om aanvallers buiten te houden. Wij werken nu aan natuurlijke killercellen die toch door dat bindweefsel heen raken.’
Sigrid: ‘Doelgerichte therapie! Die blokkeert het enzym in de kankercel dat verantwoordelijk is voor de ongecontroleerde groei.’
Evelien: ‘Therapeutische kankervaccins! Daarmee gaan we patiënten tegen hun eigen tumortype kunnen vaccineren.’
Sigrid: ‘Nanodeeltjes! We kapselen chemo of kankervaccins in vetbolletjes in, zodat ze alleen in tumorcellen vrijkomen en niet in gezond weefsel.’
Evelien: ‘We kunnen nog wel even doorgaan.’
‘Zonder actievoerders, donateurs en erflaters zou veel onderzoek gewoon niet bestaan’
Sigrid: ‘In België is er niet veel overheidsfinanciering voor wetenschappelijk onderzoek. Gelukkig is Kom op tegen Kanker er: jullie financieren onderzoek dat levens kan redden, maar waar de farmaceutische industrie niet in wil investeren, omdat er geen geld mee te verdienen valt. Denk aan: de stralingsschade van radiotherapie of de bijwerkingen van chemotherapie beperken, methodes op punt zetten voor een goede genetische analyse van de tumor, nadenken over de combinatie van voeding met chemotherapie …’
Evelien: ‘Dankzij Kom op tegen Kanker gebeurt er ook research naar zeldzame kankers – die zijn voor bedrijven financieel ook niet zo interessant.’
Evelien: ‘Die commissies beoordelen welke onderzoeken Kom op tegen Kanker zal steunen. Dat gebeurt altijd in overleg met een patiëntencommissie, die ons feedback geeft en mee beslist.’
Sigrid: ‘Dat vind ik zeer verrijkend. Als wij nieuwe therapieën uittesten, staan we niet altijd stil bij de nevenwerkingen of andere nadelen. Patiënten wijzen ons daarop. Ze dwingen onderzoekers om het ook door hun bril te bekijken. Meer holistisch.’
Evelien: ‘Persoonlijk waardeer ik ook al die verbindende activiteiten zoals de 100km-run en de 1000 km.’
Sigrid: 'Zonder die actievoerders, donateurs en erflaters zou veel onderzoek gewoon niet bestaan.'
Dankzij het kankeronderzoek dat Kom op tegen Kanker financiert, kan kanker eerder en beter opgespoord worden; zijn behandelingen effectiever en veiliger; is de levenskwaliteit voor(ex-)patiënten verbeterd en overleven meer mensen de ziekte.
Dit jaar investeren we 18 miljoen euro in kankeronderzoek. Het gaat om zorgvuldig geselecteerde en beloftevolle projecten die zoveel mogelijk leiden tot betere overlevingskansen en levenskwaliteit voor (ex-)patiënten, maar onvoldoende steun krijgen van de farmaceutische industrie of overheid. Elk project wordt beoordeeld door experts én patiënten.
Een vraag voor onze organisatie of een vraag over kanker? We zijn er voor je.