Promotors:
Ann Goeleven (KU Leuven)
Project Partners:
UZA
UZ Gent
KU Leuven
Budget uitgereikt door Kom op tegen Kanker:
€63.770
Samenvatting
Een belangrijk gevolg van radiotherapie bij patiënten met hoofd- en halskanker, is het ontstaan van slikproblemen of het verergeren van bestaande slikproblemen. Belangrijke kenmerken van slikproblemen zijn het niet vlot en/of niet veilig kunnen wegslikken van voedsel en vloeistoffen. Dit kan een grote impact hebben op de gezondheid en kwaliteit van leven van personen die behandeld werden voor hoofd- en halskanker.
Dit doctoraatsproject kadert binnen een multicentrische studie, gefinancierd door Kom Op Tegen Kanker, met als doel de kwaliteit van zorg aangeboden aan patiënten met hoofd- en halskanker, behandeld met (chemo)radiotherapie, te verbeteren.
Diverse onderzoeken tonen aan dat intensieve krachttraining van de spiergroepen betrokken bij het slikken een positief effect kunnen hebben op de slikfunctie. Op basis van recente onderzoeken vermoeden we dat dit effect vergroot kan worden indien deze krachttraining gecombineerd wordt met directe slikoefeningen. Dit betekent dat er tijdens de therapiesessies ook geoefend wordt op het krachtig doorslikken van voedsel en vloeistoffen.
Verder tonen studies aan dat het toevoegen van uitwendige hersenstimulatie aan een actieve oefentherapie veranderingen in de hersenen kan opwekken. Hierdoor kan het effect van de oefentherapie, op het vermogen om veilig te kunnen eten en drinken, versterkt worden.
Het doel van de huidige studie is om 3 innovatieve therapievormen met elkaar te vergelijken. Patiënten met chronische slikproblemen na radiotherapie worden via randomisatie verdeeld in drie groepen. Groep 1 traint gedurende 8 weken 4 keer per week, op het versterken van de tong-, mondbodem- en keelspieren. Bij groep 2 vindt deze krachttraining gedurende 4 weken plaats, gevolgd door 4 weken directe slikrevalidatie. Groep 3 doorloopt hetzelfde oefenschema als groep 2 in combinatie met uitwendige hersenstimulatie. De behandeling vindt plaats aan huis onder toezicht van een logopedist. De effectiviteit van de behandelmethodes wordt beoordeeld aan de hand van veranderingen in orale intake, kwaliteit van leven, spierkracht en slikfunctie. Daarnaast worden ook patiëntgerichte parameters, zoals de mate van therapietrouw en de ervaringen van de patiënt, uitgebreid in kaart gebracht.
De resultaten van deze studie zijn noodzakelijk voor het verder uitbouwen van de geleverde zorg in Vlaanderen. Deze studie loopt in drie universitaire ziekenhuizen in Vlaanderen, UZ Antwerpen, UZ Leuven en UZ Gent.
Dit doctoraatsproject kadert binnen een multicentrische studie, gefinancierd door Kom Op Tegen Kanker, met als doel de kwaliteit van zorg aangeboden aan patiënten met hoofd- en halskanker, behandeld met (chemo)radiotherapie, te verbeteren.
Diverse onderzoeken tonen aan dat intensieve krachttraining van de spiergroepen betrokken bij het slikken een positief effect kunnen hebben op de slikfunctie. Op basis van recente onderzoeken vermoeden we dat dit effect vergroot kan worden indien deze krachttraining gecombineerd wordt met directe slikoefeningen. Dit betekent dat er tijdens de therapiesessies ook geoefend wordt op het krachtig doorslikken van voedsel en vloeistoffen.
Verder tonen studies aan dat het toevoegen van uitwendige hersenstimulatie aan een actieve oefentherapie veranderingen in de hersenen kan opwekken. Hierdoor kan het effect van de oefentherapie, op het vermogen om veilig te kunnen eten en drinken, versterkt worden.
Het doel van de huidige studie is om 3 innovatieve therapievormen met elkaar te vergelijken. Patiënten met chronische slikproblemen na radiotherapie worden via randomisatie verdeeld in drie groepen. Groep 1 traint gedurende 8 weken 4 keer per week, op het versterken van de tong-, mondbodem- en keelspieren. Bij groep 2 vindt deze krachttraining gedurende 4 weken plaats, gevolgd door 4 weken directe slikrevalidatie. Groep 3 doorloopt hetzelfde oefenschema als groep 2 in combinatie met uitwendige hersenstimulatie. De behandeling vindt plaats aan huis onder toezicht van een logopedist. De effectiviteit van de behandelmethodes wordt beoordeeld aan de hand van veranderingen in orale intake, kwaliteit van leven, spierkracht en slikfunctie. Daarnaast worden ook patiëntgerichte parameters, zoals de mate van therapietrouw en de ervaringen van de patiënt, uitgebreid in kaart gebracht.
De resultaten van deze studie zijn noodzakelijk voor het verder uitbouwen van de geleverde zorg in Vlaanderen. Deze studie loopt in drie universitaire ziekenhuizen in Vlaanderen, UZ Antwerpen, UZ Leuven en UZ Gent.